Paragrafen

Onderhoud kapitaalgoederen

Beleid/Beheer
Onderhoud kapitaalgoed Riolering is gericht op een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving door goed om te gaan met inzameling en transport van de drie wettelijke zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater. Hieronder vallen de onderdelen zoals vrijverval en mechanische riolering, pompen en gemalen, overstorten en bergbezinkbassins, regenwatervoorzieningen en grondwatermeetnet.
De betreffende beleids- en beheerkaders van de zorgplichten aangevuld met oppervlaktewater zijn opgenomen in het Programma Water en Riolering (PWR).

Kwaliteit
Uitvoering voor beheer en onderhoud van de riolering en riooltechnische werken vindt plaats op basis van de beheerstrategie zoals opgenomen in het PWR. Daarnaast worden maatregelen genomen om het hydraulisch functioneren te verbeteren waarbij een bijdrage wordt geleverd aan de totstandkoming van een klimaatadaptieve leefomgeving. De werkzaamheden komen samen in het Jaarprogramma Openbare Ruimte (JOR). In 2024 is het Uitvoeringsprogramma PWR opgesteld. Daarin zijn nog verschillende planvormingskosten voor de komende jaren opgenomen, zoals het Masterplan persleidingen, Oppervlaktewaterbeheerprogramma, Beheer- en onderhoudsplan groene en ondergrondse bergingen, Beheer en onderhoudsplan IBA’s inclusief vervangingsplan.

Omdat de gemeente ook een belangrijke rol heeft in de bewustwording in het kader van goed rioolgebruik en om Meierijstad bestand te maken tegen weerextremen, wordt actief gecommuniceerd en gestimuleerd.

Tijdelijke verlenging Programma Water en Riolering (PWR)
Het huidige Programma Water en Riolering 2022-2026 loopt af op 31 december 2026. Via deze begroting wordt aan de raad voorgesteld om de werkingsduur van dit programma met één jaar te verlengen tot en met 2027. Dit biedt de noodzakelijke ruimte om het opvolgende PWR met voldoende tijd, capaciteit en middelen zorgvuldig voor te bereiden, wat resulteert in een kwalitatief hoogwaardig en toekomstbestendig programma vanaf 2028.
Voor deze overbrugging gelden de volgende inhoudelijke en organisatorische argumenten:

  • Focus op de bestaande projectportefeuille: Door capaciteitsgebrek in voorgaande jaren is een aantal geplande projecten destijds niet tot uitvoering gekomen. Hierdoor ligt er voor 2027 een voldoende omvangrijke projectportefeuille. De verlenging maakt een gerichte uitvoering van deze portefeuille mogelijk met een realistische planning en een evenwichtige inzet van de beschikbare middelen en ambtelijke capaciteit.
  • Zorgvuldige afronding niet haalbaar in 2026: Uit consultatie van de inkoopadviseur, de financieel adviseur en externe adviesbureaus is gebleken dat een verantwoorde en kwalitatieve afronding van een volledig nieuw vijfjarenprogramma vóór het einde van het huidige overgangsjaar niet haalbaar is. Het opstellen van het nieuwe PWR start in het derde kwartaal van 2026 (Q3-2026).

Consequentie voor het onderhoud in 2027
Voor het overbruggingsjaar 2027 stellen wij een specifiek jaarplan op met heldere ambities en concrete doelstellingen. De exploitatie biedt op dit moment voldoende financiële ruimte voor de reguliere uitvoering van de huidige werkzaamheden. Door gerealiseerde besparingen en verdere kostenefficiëntie ontstaat er mogelijk op korte termijn aanvullende ruimte om extra werkzaamheden binnen de kapitaalgoederen op te pakken, zoals de vervanging van een aantal IBA's of het uitvoeren van noodzakelijke baggerwerkzaamheden.

Financiën
In 2027 wordt het nieuwe Programma Water en Riolering opgesteld en het vigerende PWR verlengd met één jaar. De benodigde budgetten voor planvorming, zoals voor het waterbeheerprogramma, het beheer- en onderhoudsplan voor groene en ondergrondse bergingen en het vervangingsplan IBA’s, zijn in de financiële cyclus aangemeld. De investeringsbudgetten voor 2027, zoals opgenomen in het huidige PWR, worden geactualiseerd en opnieuw ingebracht in de begroting. Dit betreft onder andere investeringen in vrijvervalriolering, gemalen, pompunits, IBA’s en randvoorzieningen.
De verhogingen van onderhoudsbudgetten en capaciteitsuitbreiding zijn reeds verwerkt in het Kostendekkingsplan dat in 2025 is vastgesteld. Om de rioolheffing na de eenmalige stijging in 2025 niet verder te laten stijgen (anders dan indexering), is de jaarlijkse dotatie van € 1.000.000 aan de spaarvoorziening stopgezet. De financiële effecten hiervan zijn meegenomen in de meerjarenbegroting.
Voor het beheer van het grondwatermeetnet is in 2027 aanvullend exploitatiebudget nodig. Ook de verwachte verhoging van onderhoudskosten als gevolg van nieuwe samenwerkingsovereenkomsten met de waterschappen over IBA’s wordt in 2027 via de financiële cyclus aangemeld.
Tot slot wordt het nieuwe tariefstelsel meegenomen, mede op basis van de uitkomsten van het onderzoek naar heffingssystematiek. De raad is hierover in 2025 geïnformeerd en besluitvorming hierover volgt in samenhang met het nieuwe PWR.

Risico's
Als de benodigde budgetten niet beschikbaar worden gesteld zal het achterstallig onderhoud en het aantal storingen in omvang toenemen plus de ambities en doelstellingen uit het PWR niet worden behaald.

(bedragen x € 1.000)

2027

2028

2029

2030

Stand spaarvoorziening riolering 1-1

8.136

5.113

5.113

5.113

Toevoegingen

0

0

0

0

Onttrekkingen

-3.023

0

0

0

Stand spaarvoorziening riolering 31-12

5.113

5.113

5.113

5.113

(bedragen x € 1.000)

2027

2028

2029

2030

Stand beklemde middelen riolering 1-1

1.079

1.800

3.150

4.532

Toevoegingen

0

0

0

0

Onttrekkingen

721

1.350

1.382

1.446

Stand beklemde middelen riolering 31-12

1.800

3.150

4.532

5.978

Deze pagina is gebouwd op 09/28/2026 09:02:20 met de export van 09/28/2026 08:55:27